Waarom De Zorgcirkel een trainee aan tafel zet bij de Raad van Toezicht – en wat dat oplevert, volgens voorzitter Rob van Eijbergen én trainee Fleur Verstegen.
De ouderenzorg is een sector waarin stabiliteit en beweging elkaar voortdurend afwisselen. Terwijl teams op de werkvloer elke dag belangrijke zorg leveren, schuift het speelveld daarboven in hoog tempo: personeelstekorten, leegstand, regionale samenwerkingen, veranderende wetgeving, politieke akkoorden, nieuwe verwachtingen van cliënten en naasten. Dat vraagt om goed bestuur. Maar óók om scherp toezicht: mensen die op afstand koers houden, doorvragen en de lange lijn bewaken – zonder het werk over te nemen. Alleen: wat doet een Raad van Toezicht eigenlijk precies? En waarom zou je er een trainee bij zetten? De Zorgcirkel kiest daar bewust voor. Niet als symbolisch gebaar, maar als manier om toezicht toekomstbestendig te maken. Voorzitter Rob van Eijbergen en trainee Fleur Verstegen vertellen erover.
Rob van Eijbergen (hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek, gespecialiseerd in integriteitsvraagstukken) is voorzitter van de Raad van Toezicht van De Zorgcirkel. Het voorzitterschap, zegt hij nuchter, kost veel tijd. “Maar ik vind het ook gewoon leuk om te doen.” Dat “leuk” zit voor hem in de discipline van het vak: dichtbij blijven zonder te sturen, kritisch zijn zonder over te nemen. Hij legt het toezicht graag helder uit, zonder jargon: de Raad van Toezicht heeft drie rollen. Werkgever van de Raad van Bestuur (benoemen, beoordelen, belonen – en als het moet ook afscheid nemen). Sparringpartner (spiegelen, vragen stellen, adviseren op afstand). En toezichthouder (waken over kwaliteit, financiën en continuïteit). “En de kunst,” zegt Van Eijbergen, “is niet op de stoel van de bestuurder te gaan zitten.” Dat is in de praktijk soms lastiger dan het klinkt. Want als je iets ziet, en je denkt de oplossing al te hebben, dan is de reflex snel: helpen. Maar juist daar zit de valkuil. Besturen is besturen. Toezicht is toezicht.
Aan tafel zit ook Fleur Verstegen. Zij is adjunct-directeur bij de vereniging VvAA, een collectief van ruim 130.000 zorgprofessionals. In gesprekken met ervaren bestuurders hoorde ik: verdiep je in dat toezichthoudende vak. Als je bestuurder bent, is het waardevol dat je óók begrijpt hoe toezicht werkt: waar ze op letten, welke vragen ze stellen en waarom.” Maar, zegt ze, het groeide al snel uit tot méér dan een verstandige stap in een loopbaanplan. “Dat toezicht houden daagt je uit om met open blik vragen te stellen, in plaats van altijd bestuurlijk in oplossingen te denken. En eerlijk: dat vak interesseert me inmiddels minstens zo veel.” Het traineeship loopt een jaar (van 1 april tot 1 april). Fleur noemt het een unieke kans om te ontdekken wat je toevoegt in zo’n gremium, vóórdat je ‘blind’ solliciteert op een echte toezichthoudersplek. “Opleidingen zijn vaak theorie. Hier maak je het echt mee. Je ontdekt: wat is mijn toegevoegde waarde? En: wat voor type raad past bij mij? Er zijn zóveel stijlen van toezicht.” “Een goede Raad van Toezicht is méér dan expertise”
Wat maakt een Raad van Toezicht goed? Fleur noemt als eerste: een mix, niet alleen van kennis, maar ook van rollen en stijlen. “Je hebt mensen nodig die scherp toezichthouden – doorvragen, kritisch zijn. Je hebt sparringpartners nodig. En je bent óók werkgever. Die drie rollen vragen om verschillende kwaliteiten. Rob herkent dat. Toezicht, zegt hij, is niet alleen vergaderen over stukken. De raad gaat periodiek op werkbezoek. “Niet om inspectie te spelen, maar om te begrijpen hoe het er écht aan toe gaat.” Soms loopt hij mee op een afdeling en spreekt hij met cliënten en medewerkers. “Gewoon om gevoel te houden bij hoe het gaat.” Fleur benadrukt hoe belangrijk dat is. “Als je altijd op kantoor vergadert, blijft het abstract. Terwijl juist die context – de werkvloer, de sfeer, de dagelijkse praktijk – je helpt om onderwerpen te plaatsen. Mijn eerste of tweede vergadering was een werkbezoek. Dan zit je letterlijk tussen cliënten en medewerkers. Dat brengt alles tot leven.” Ze is er uitgesproken over: vergaderen op locaties zou vaker mogen. “Dan loop je automatisch langs het primaire proces, dat daarmee zichtbaarder wordt..” Waarom een traineeplek? Rob noemt het bijna een missie: toezicht mag geen gesloten club blijven. “De raad moet niet blijven bestaan uit ‘witte mannen van mijn leeftijd’,” zegt hij. Diversiteit is meer dan een beleidswoord; het bepaalt welke vragen op tafel komen en welke blinde vlekken onbewust blijven meevergaderen. Verjonging hoort daar nadrukkelijk bij. En dan is er het bekende dilemma: voor een toezichthoudersrol wordt ervaring gevraagd, maar ervaring krijg je pas als je mag beginnen. “Dat is precies de cirkel die je met zo’n traineeship doorbreekt,” zegt Rob.
Fleur ziet hetzelfde mechanisme. “We durven op ICT vaak wel ‘jong’ te werven. Daar mag iemand met minder ervaring instromen. Maar op andere domeinen zijn we voorzichtig. Terwijl inspiratie en nieuwe invalshoeken ook breder nodig zijn – ook op HR, communicatie, arbeidsmarkt, samenwerking in netwerken.” Ze legt het praktisch uit: “Als young professional kies je niet alleen op een vacaturetekst. Je kiest op het beeld: wie is die organisatie? Hoe zichtbaar is die? Wat laat je zien op social media? Zijn bestuurders herkenbaar in visie en verhaal? Dat soort vragen beïnvloeden werving en aantrekkelijkheid enorm.” In de RvT leidde dat tot herkenbare momenten. Fleur gaf bijvoorbeeld het idee mee om te werken met “zorginfluencers” ; medewerkers die via social media laten zien hoe het werk echt is. Niet als marketingtruc, maar als realistisch inkijkje in een prachtig vak,. “Voor mij is dat vanzelfsprekend,” zegt Fleur. “Dat is generatieverschil. En tegelijk snap ik ook: je hoeft dit niet per se via toezicht te regelen; je kunt ook een young advisory board organiseren rondom een vraagstuk als arbeidsmarkt of werving.” Rob ziet de waarde van zulke ideeën, maar blijft bij zijn kernprincipe: toezicht blijft toezicht. “Je wil niet op de stoel van de bestuurder zitten.” Tegelijk is die sparringrol wél onderdeel van het vak. En precies daar wordt het spannend: wanneer is een idee een nuttige spiegel, en wanneer wordt het sturing? Fleur noemt dat “het koord waar je overheen loopt”: waarde toevoegen zonder te beïnvloeden.
Een belangrijk punt: de trainee is geen figurant. Rob benadrukt dat de trainee meedraait en dat het serieus is. Voor Fleur was er nog een tweede eye-opener: de complexiteit van De Zorgcirkel. “Zoveel verschillende geldstromen, zoveel locaties, verschillende regio’s, verschillende dynamieken. En: de impact is enorm. Ouderenzorg gaat over een grote fase van iemands leven. Dat heeft me ook aan het denken gezet: is mijn stip op de horizon per se alleen ‘ziekenhuis’, of kan dat breder zijn?”
Meer bekendheid? Ja. Maar niet als podium. Weet de gemiddelde medewerker eigenlijk wat de Raad van Toezicht doet? Fleur denkt van niet. “En dat is ook logisch.” Rob is voorzichtig met ‘zichtbaarheid’ van toezicht. Te veel direct contact kan juist betekenen dat er iets mis is in de lijn: dan komen mensen bij toezicht omdat ze elders geen gehoor vinden. Maar bescheidenheid betekent niet: stil. “Er gebeurt hier veel,” zegt hij. “Dat mag best zichtbaar zijn.”
Als het traineeship één belofte heeft, is het volgens Fleur deze: “Als je wil ervaren hoe het is om toezichthouder te zijn, dan is dit een unieke plek, omdat je je echt onderdeel voelt van het team. Je mag volwaardig meedoen. Je wordt uitgedaagd om te zeggen wat je denkt en wat je je afvraagt. En je leert in een professionele organisatie waar ontzettend veel speelt. Als je een voorbeeld zoekt van hoe toezicht goed kan werken: dit is er één.”Rob noemt het een investering in de toekomst én een directe verrijking van het heden. Niet omdat een trainee ‘alles anders’ gaat doen, maar omdat één frisse blik soms precies de vraag stelt die al te lang ongesteld bleef. En misschien is dat wel de kern van modern toezicht: niet harder praten, maar net iets wijder kijken. Zodat de vragen van morgen vandaag al een plek krijgen aan tafel.