Persoonsgerichte zorg

Met liefdevolle en persoonsgerichte zorg wil De Zorgcirkel verschil maken. Persoonsgerichte zorg is het verschil tussen een taakgerichte manier van werken en warme, betrokken zorg. Bij De Zorgcirkel staan de behoeften van mensen en de factoren die van invloed zijn op gedrag centraal. Ieder mens heeft behoefte aan erbij horen, gehechtheid, een identiteit, bezig zijn en comfort. De behoeften zijn universeel, maar de exacte invulling van die behoeftes is voor ieder mens anders. Er zijn zes factoren die van invloed zijn op iemands gedrag en functioneren. De behoeften en gedragsfactoren kom je ook wel eens tegen onder de term 'verrijkt model'. Hieronder vind je een beschrijving en uitleg.

De vijf universele behoeften

De 5 behoeften zijn universeel, deze gelden voor ieder mens.

Comfort (troost en bemoediging): De behoefte aan warmte, tederheid en troost. Vooral wanneer iemand zich alleen, onveilig of angstig voelt. Een knuffel kan troost of warmte geven, maar ook een warme douche of een comfortabele stoel.

Identiteit: De behoefte om te weten wie je bent en een goed gevoel te hebben over jezelf. En een gevoel van continuïteit met het verleden. Iemand die in de zorg werkt, zal vaak zijn / haar hele leven ‘het zorgen voor een ander’ in zich houden.

Gehechtheid: De behoefte om je veilig en geborgen te voelen bij andere mensen. Het gaat erom veilige en vertrouwde relaties te hebben. Ook aan bepaalde gewoontes en rituelen kunnen mensen gehecht zijn; slapen aan een bepaalde kant van het bed of het eten van nasi met een lepel of vork. Verder kunnen ook mensen erg gehecht zijn aan bepaalde spullen. Denk aan een bepaalde jas of sieraad.

Bezig zijn (iets om handen hebben): De behoefte om onderdeel uit te maken van het leven en je nuttig te kunnen voelen.

Erbij horen: De behoefte om onderdeel uit te maken van een groep, van een sociale omgeving en je welkom te voelen.

Bron: Trimbos-instituut (januari 2014).

De zes gedragsfactoren

Door iemand echt te leren kennen, krijg je ook beter inzicht in de (invulling van de) behoeften van een persoon.

Persoonlijkheid : Wat voor persoon heb je voor je? Is degene een rustig, druk, ongeduldig, vriendelijk, ondernemend of actief persoon? Als je een beeld hebt van iemands eigenschappen, kun je beter inschatten wat belangrijk is en hoe iemand in bepaalde situaties zal reageren.

Levensloop: Wat heeft iemand meegemaakt in zijn leven? Is hij bijvoorbeeld getrouwd, gescheiden, heeft hij kinderen, heeft hij gestudeerd, wat was zijn beroep, waar heeft hij gewoond, wat zijn zijn gewoontes? Zo krijg je inzicht in belangrijke gebeurtenissen en ervaringen van iemand. En je weet iemand gewend is zijn dag in te delen.

Gezondheid en lichamelijke conditie Hoe is het met de gezondheid en lichamelijke conditie? En hoe gaat iemand met mogelijke beperking in het dagelijkse leven om? Als je hier aandacht voor hebt kun je soms begrijpen waarom iemand zich op een bepaalde manier gedraagt en wat je mogelijk kunt doen om ongemakken weg te nemen.

Fysieke omgeving : Hoe woont iemand, wat voor soort huis en inrichting heeft hij, is het een vertrouwde omgeving? Zijn er vaste plaatsen voor spullen?

Sociale omgeving: Met wie heeft degene veel contact, bijvoorbeeld familie of vrienden? Welke activiteiten onderneemt iemand met deze contacten? Naar wie gaat iemand toe voor emotionele ondersteuning?

Hersenschade (H): Heeft iemand een bepaalde vorm van hersenschade (bijvoorbeeld Alzheimer, een CVA of de ziekte van Korsakov)? Welke problemen heeft iemand en wat gaat nog wel en wat niet meer? Als je weet wat iemand nog wel en niet meer kan, kun je het gedrag van diegene beter begrijpen en weet je beter hoe je hem of haar kunt ondersteunen.

Bron: Trimbos-instituut (januari 2014)

Ik heb een vraag

Hoe kunnen wij jou helpen?
Hoe kunnen wij jou bereiken?
This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply..